De nieuwe locatie van onze bibliotheek, op Frankemaheerd, een paar honderd meter van de oude, zier er uit als een verplichting. Hier is ondanks alle juichverhalen geen warme, met liefde en diepe interesse geconcipieerde basisvoorziening der beschaving neergezet. Een kale kantoorloods met een batterij lange, lage en duidelijk 2de hands, saaie boekenkasten, die met militaire, fantasieloze precisiexa0 in twee lange rijen naast elkaar zijn gezet, een enkele keer onderbroken door een oude computer en een lelijk zitfauteuil. Er zitten wat kinderen aan een zeer lange plank te computeren, er leest een vrouw in een fauteuil, er lummelt een man, en er loopt wat personeel rond: dat is het beeld op afgelopen vrijdag 2 december, rond een uur of 4 in de middag.
Diezelfde vrijdag organiseert het stadsdeel in het BijlmerParktheater een soort info- en debatavond over een nieuw cultuurbeleid. Er lijkt weinig moeite gespaard. Er is een filmpje van Vinger over wat voor moois wel allemaal al hebben, er is een onvermijdelijk en helaas nietszeggend optreden van onze troetelmuzikant Orville Breeveld, er is een bekende presentator, en we hebben Jeroen Saris, die zich als adviseur bezig houdt met de creatieve industrie, herbestemming oude gebouwen en met cultuur. Jeroen vertelt ons over de meerwaarde van cultuur. Als je dicht bij erkende cultuurpaleizen woont en in een gebied dat bruist van horeca en andere voorzieningen dan worden je huizen meer waard (en dus woont rijk waar het stedelijk lekker toeven is, dicht bij de zwaar gesubsidieerde trots van Nederland). Dat verschijnsel doet zich echter ook voor in elke wijk, waar vele culturele beleving is, al stijgen de huizenprijzen daar minder. Cultuur zorgt ervoor, zo toonde Jeroen met data aan, dat een wijk leefbaarder wordt en zo ook weer meer gewild. Voorwaarde is volgens Jeroen, dat er veel gebeurt en dat zoveel mogelijk mensen daarin participeren. Het gaat om zoveel mogelijk kansen van elkaar ontmoeten en hoe meer kunstenaars kunnen optreden hoe meer ze kunnen oefenen. We krijgen dus betere kunstenaars, cultuurbeleving op een hoger niveau en door al dat ge-ontmoet wordt er beter gecommuniceerd en wordt de wijk een fijner geheel. Het moet dus niet om talent-ontwikkeling gaan als je het belangrijkste speerpunt van cultuurbeleid wilt bepalen, hield hij onze wethouder voor, die in z’n toespraakje vooral daarop gehint had, naar het oude idee van Sweet c.s. die meenden, dat alles in dienst moest staan van zang- en danstalent, zo ruim voorhanden in the grassroots van ons zuidoost, met als gewenste, ultieme uitkomst een echte Bijlmer Jackson. Jeroen: als je veel laat gebeuren, komt talent vanzelf bovendrijven en geef je het de kans veel te oefenen. Talentontwikkeling als nuttig bijproduct.
Na zo’n mooi verhaal van Saris verwacht je natuurlijk op een avond als deze dat het Stadsdeel, afdeling cultuurbeleid, met mooie data zou komen over wat er feitelijk op cultuurgebied in ons stadsdeel aan de hand is. Data over frequentie van optredens, andere culturele gebeurtenissen; het bereik van cultuureducatie; de aantallen bezoekers, gesorteerd naar allerlei doelgroepen, enz, zodat iedere aanwezige deze avond meteen zou zien waar de witte plekken lagen om daar verder over te discussixebren. Maar die data kregen we niet. We kregen ook geen prikkelende stellingen voorgeschoteld als bijv.: het Imagine IC vervult zo’n marginale rol, dat het geen enkele betekenis vervult in de verhoging van onze cultuurbeleving en de leefbaarheid van onze buurten. Of: er dient een muziekpodium te komen waar elke dag een of meer optredens plaats vinden en dat ruim baan geeft aan lokaal talent. Nee, dat soort stellingen kregen we niet. We kregen geen enkele stelling. We mochten nog wat door lullen in een soort nepdebat en een paar heftig erkende en gesubsidieerde instellingen mochten reclame voor zichzelf en hun samenwerking maken. Nee, Fatform (dak Kraaiennest) en Hotspot Heesterveld hoorden daar niet bij. Aandoenlijk hoogtepuntje was nog het uiterst gelikte optreden van Gordon Cruden namens Zo!Cultuur, die zich bij het wegvallen van het oude toekomstperspectief als het programmeren van het Getz-podiumxa0 zich maar tot kunstproducent ontwikkelde.xa0 Zo!Cultuur produceerde in no time een gospelkoor, dat zich met behulp van het EO tv-programma Korenslag minimaal een nationaal podium verwierf. Gordon noemde hun nieuwe beleid het vermarkten van talent uit een bepaalde wijk, met behulp van onderscheidend vermogen, zien waar in jouw gebied de kansen en potenties liggen, en hup daarmee aan de slag. En zei hij: onze eerste daad bij een optreden is altijd kijken of de naam juist gespeld is, juist: Zo! Gospel Choir. Gordon heeft geen boodschap aan de intrinsieke en sociale waarde van kunst en cultuur. Zelfs de gospel lijkt hem niet als zodanig te interesseren, alleen de combinatie zuidoost, zijn vele gelovigen, hun verscheidene afkomst en hun gezongen gebed, met als uitkomst een marketingtool. Gordon wil zelfs wel verder gaan. Het liefst zou hij de Bijlmer/Zuidoost benaderen als ware het een Volendam: een groot productiehuis van mainstream-muziek. Gordon wacht nog een mooie taak: Zuidoost omvormen tot een wat gexefsoleerd dorp met een gedeelde religie, een gedeelde afkomst, een vissersnaam en een identiteit. Maar hij heeft gelijk: als we erin slagen ons stadsdeel sterke merknamen te geven, gelijk Volendam, door middel van een nationaal koor, nationaal gekende zangers, een voetbalclub op niveau, een tophandbalclub, een bloeiende turnvereniging en nog zo wat, dan zijn we al een heel eind. Misschien moeten we Ajax kopen. Krijgen we er meteen een gratis adviseur bij.